Waarom vragen banken om een LEI-nummer?

Een bank vraagt om een LEI-nummer wanneer een rechtspersoon een financiële transactie wil uitvoeren waarbij de cliënt eenduidig moet worden geïdentificeerd voor de AFM. Meestal gaat het om effectentransacties van een onderneming.
Het LEI-nummer is een internationale identificatiecode voor rechtspersonen. Hiermee kan de bank of broker controleren namens welke onderneming de transactie wordt uitgevoerd en de vereiste rapportage over de transactie indienen.
Als er geen LEI-nummer is of het nummer is verlopen, kan de bank of broker de transactieopdracht weigeren. De reden hiervoor is geen interne voorkeur van de bank, maar een rapportageverplichting op de financiële markten.
Wanneer vraagt een bank om een LEI-nummer?
Meestal wordt om een LEI-nummer gevraagd wanneer een onderneming financiële instrumenten wil kopen of verkopen. Een LEI-nummer kan bijvoorbeeld nodig zijn bij de volgende transacties:
- aankoop of verkoop van aandelen;
- aankoop of verkoop van obligaties;
- aankoop of verkoop van beursgenoteerde fondsen (ETF’s);
- handel in derivaten, zoals opties, futures, forwards of swaps;
- overdracht van effecten, wanneer daarbij de eigenaar van de effecten verandert.
Dit geldt onder meer voor effecten die op een gereglementeerde beurs zoals Euronext Amsterdam of op een mkb-groeimarkt zoals Euronext Growth worden verhandeld.
Een bank kan al bij de opening van een effectenrekening of het starten van een beleggingsdienst om een LEI-nummer vragen, zodat de eerste transactie niet vertraging oploopt door het ontbreken van het nummer.
Waarom kan een bank een transactie niet zonder LEI-nummer uitvoeren?
Banken en brokers zijn verplicht om over bepaalde financiële transacties gegevens te melden aan de AFM. Als de cliënt een rechtspersoon is, moet in de rapportage het LEI-nummer worden gebruikt om de cliënt te identificeren.
Deze verplichting vloeit voort uit de EU-regels voor financiële markten, met name het MiFID II- en MiFIR-kader. Het gebruik van het LEI-nummer werd voor effectentransacties van rechtspersonen verplicht vanaf 3 januari 2018.
In de praktijk betekent dit dat de bank vóór de transactie moet controleren of de onderneming over een geldig LEI-nummer beschikt. Ontbreekt het nummer of is dit verlopen, dan kan de bank niet correct rapporteren en kan de transactieopdracht onuitgevoerd blijven.
Is een LEI-nummer nodig voor alle beleggingen?
Niet altijd. Een LEI-nummer is vooral nodig wanneer een rechtspersoon transacties uitvoert met instrumenten die onder de rapportageverplichtingen van de financiële markten vallen.
Natuurlijke personen die uitsluitend privé handelen, krijgen geen LEI-nummer. Een natuurlijke persoon die in zakelijke hoedanigheid handelt, zoals een eenmanszaak, kan afhankelijk van de registratie wel in aanmerking komen. Een LEI-nummer is mogelijk niet nodig als een onderneming uitsluitend deelnemingen in een beleggingsfonds koopt die niet op de beurs worden verhandeld. Bij een specifiek instrument bepaalt de bank of broker of de transactie onder de rapportageplicht valt en of een LEI-nummer vereist is.
Wat gebeurt er als er geen LEI-nummer is?
Als een onderneming geen LEI-nummer heeft, moet dit vóór de transactie worden aangevraagd. Het aanvragen van een nieuw nummer verloopt online en bij correcte gegevens wordt het LEI-nummer doorgaans snel afgegeven.
Als er al een LEI-nummer is, maar dit is verlopen, hoeft er geen nieuw nummer te worden aangevraagd. Het bestaande nummer moet worden verlengd. Het LEI-nummer zelf blijft hetzelfde, maar de status wordt na verlenging weer geldig.
In de GLEIF-database geeft de status LAPSED een LEI-registratie aan die niet op tijd is verlengd. De datum bij Next renewal date geeft aan wanneer de LEI-gegevens opnieuw moeten worden bevestigd.
Waar is een LEI-nummer nog meer nodig?
Het LEI-nummer wordt vooral gebruikt op de financiële markten, maar het toepassingsgebied is breder dan alleen de aan- en verkoop van aandelen en obligaties. Een LEI-nummer kan ook nodig zijn bij:
- rapportage van derivaten op grond van EMIR;
- vergunningverlening en rapportage van aanbieders van cryptoactivadiensten;
- het DORA-informatieregister, wanneer een onderneming ICT-diensten levert aan een financiële instelling in de EU;
- de screening van een zakenpartner of cliënt, wanneer een rechtspersoon internationaal moet worden geïdentificeerd.
Voor EMIR licht ESMA toe dat bij de rapportage van derivaten LEI-nummers worden gebruikt om tegenpartijen die rechtspersoon zijn te identificeren.
Voor DORA betekent dit niet dat elk technologiebedrijf automatisch een LEI-nummer moet aanvragen. Het nummer kan nodig zijn wanneer een financiële instelling de ICT-dienstverlener eenduidig moet identificeren in haar DORA-informatieregister.
Lees meer: DORA en het LEI-nummer
Veelgestelde vragen
Mag een bank om een LEI-nummer vragen?
Ja. Als een cliënt die een rechtspersoon is een transactie wil uitvoeren waarvoor de bank of broker een rapportageplicht heeft, moet de bank de cliënt met behulp van het LEI-nummer identificeren.
Heeft een particulier een LEI-nummer nodig?
Natuurlijke personen die uitsluitend privé handelen, krijgen geen LEI-nummer. In zakelijke hoedanigheid kan een natuurlijke persoon, zoals een eenmanszaak, afhankelijk van de registratie wel in aanmerking komen.
Kan een verlopen LEI-nummer worden gebruikt voor een transactie?
Voor transacties waarvoor een actieve LEI verplicht is, moet het nummer geldig zijn. Is de registratie verlopen, verleng het LEI-nummer dan vóór de transactie.
Moet een bestaand LEI-nummer via de bank zijn aangevraagd?
Nee. Het LEI-nummer is een internationale identificatiecode. Voor de bank is het belangrijk dat het nummer geldig is en aan de juiste rechtspersoon is gekoppeld.
Wat te doen als de bank om een LEI-nummer vraagt?
Als de onderneming nog geen LEI-nummer heeft, moet dit worden aangevraagd. Is het nummer al aanwezig, controleer dan de geldigheid ervan in de GLEIF-database of bij uw LEI-dienstverlener. Is het nummer verlopen, verleng dit dan vóór de transactie.