LEI-nummer aanvragen voor een fonds

5 min leestijd Bijgewerkt in juli 2026
Groene effectengrafiek op een laptopscherm — LEI-nummer aanvragen voor een beleggingsfonds

Een beleggingsfonds, pensioenfonds of subfonds kan een LEI-nummer nodig hebben wanneer het fonds financiële transacties uitvoert, in derivaten handelt, uitgever is van een financieel instrument, of afzonderlijk moet worden geïdentificeerd in de rapportage.

Het LEI-nummer van een fonds is niet hetzelfde als het LEI-nummer van de fondsbeheerder. Als een transactie of rapportage betrekking heeft op het fonds, moet het fonds zelf worden geïdentificeerd. Het LEI-nummer van de fondsbeheerder wordt afzonderlijk gebruikt wanneer de fondsbeheerder of de voor de rapportage verantwoordelijke persoon moet worden geïdentificeerd.

Het aanvragen van een LEI-nummer voor een fonds lijkt op een gewone bedrijfsaanvraag, maar de gegevenscontrole kan uitgebreider zijn. De reden hiervoor is dat een fonds een contractueel fonds, een beleggingsmaatschappij, een pensioenfonds, een subfonds van een paraplufonds of een andere juridische structuur kan zijn.

Wanneer heeft een fonds een LEI-nummer nodig?

Een fonds kan een LEI-nummer nodig hebben wanneer het fonds in eigen naam deelneemt aan de financiële markt of afzonderlijk moet worden geïdentificeerd in de rapportage. Een LEI-nummer kan bijvoorbeeld nodig zijn wanneer het fonds:

  • effecten koopt of verkoopt;
  • handelt in derivaten;
  • tegenpartij is bij een derivatencontract;
  • financiële instrumenten uitgeeft;
  • deel uitmaakt van een paraplufonds of een master-feederstructuur;
  • identificeerbaar moet zijn voor een bank, broker, bewaarder, handelsplatform of de AFM.

In de EMIR-rapportage is de tegenpartij bij een derivatencontract meestal het fonds zelf. Bij een paraplufonds kan de tegenpartij het subfonds zijn. De fondsbeheerder kan de rapportage namens het fonds indienen, maar voor de identificatie van het fonds wordt het eigen nummer van het fonds gebruikt.

Volstaat het LEI-nummer van de fondsbeheerder?

Als een transactie of rapportage betrekking heeft op het fonds, volstaat het LEI-nummer van de fondsbeheerder doorgaans niet.

Het LEI-nummer van de fondsbeheerder identificeert de fondsbeheerder. Het LEI-nummer van het fonds identificeert het specifieke fonds. Als dezelfde fondsbeheerder meerdere fondsen beheert, vervangt het LEI-nummer van de fondsbeheerder niet het afzonderlijke LEI-nummer van elk fonds.

Dit is met name van belang wanneer de fondsen volgens verschillende beleggingsstrategieën opereren, aparte investeerders hebben of hun vermogen en verplichtingen van elkaar gescheiden zijn.

Hoeveel LEI-nummers zijn nodig in een fondsstructuur?

De behoefte aan een LEI-nummer hangt af van de structuur van het fonds en van welke entiteit in de transactie of rapportage moet worden geïdentificeerd.

Als een fondsbeheerder meerdere afzonderlijke fondsen beheert, heeft elk fonds zijn eigen LEI-nummer nodig wanneer elk fonds afzonderlijk op de financiële markt moet worden geïdentificeerd.

Bij een paraplufonds kan een LEI-nummer nodig zijn voor zowel het paraplufonds als het subfonds. Als een transactie of financieel instrument betrekking heeft op een specifiek subfonds, moet het LEI-nummer van dat subfonds worden gebruikt.

In een master-feederstructuur kunnen zowel het masterfonds als de feederfondsen een eigen LEI-nummer nodig hebben, wanneer zij in transacties, rapportages of fondsrelaties afzonderlijk moeten worden geïdentificeerd.

Welke gegevens worden gevraagd bij de aanvraag voor een fonds?

In de aanvraag voor een fonds moeten de basisgegevens van het fonds en, indien van toepassing, de fondsrelaties worden opgegeven. Meestal zijn de volgende gegevens nodig:

  • de officiële naam van het fonds;
  • het registratienummer of een ander officieel identificatienummer van het fonds, indien van toepassing;
  • het type fonds, bijvoorbeeld UCITS, AIF, pensioenfonds of subfonds;
  • het land van registratie en het adres van het fonds;
  • de naam en het registratienummer van de fondsbeheerder;
  • informatie over of het fonds een subfonds van een paraplufonds is;
  • informatie over een master-feederrelatie, indien van toepassing;
  • de gegevens van de contactpersoon.

Bij de naam van het fonds is nauwkeurigheid belangrijk. Bij een subfonds moet uit de naam of de documenten ook de naam van het paraplufonds blijken, omdat subfondsen met dezelfde of een vergelijkbare naam onder verschillende paraplufondsen kunnen vallen.

Welke documenten kunnen nodig zijn?

De gegevens van het fonds worden gecontroleerd via officiële registers en fondsdocumenten. De controle kan daarbij steunen op het register van de AFM. Indien nodig wordt daarnaast om een document gevraagd dat de naam, het type, de structuur of de fondsbeheerder van het fonds bevestigt.

Als aanvullend document kan bijvoorbeeld nodig zijn:

  • de fondsvoorwaarden;
  • het prospectus;
  • de statuten van het fonds;
  • een uittreksel uit het register;
  • een bevestiging van de fondsbeheerder;
  • een document waaruit de relatie tussen het paraplufonds en het subfonds blijkt;
  • een document waaruit de master-feederrelatie blijkt.

Bij een buitenlands fonds worden de gegevens gecontroleerd via het register van het betreffende land of de database van de AFM. Als het openbare register onvoldoende informatie biedt, kan een officieel uittreksel uit het register, een prospectus of een ander document dat het bestaan en de structuur van het fonds bevestigt, nodig zijn.

Aanvragen stap voor stap

Bij het aanvragen van een LEI-nummer voor een fonds is het verstandig om vóór het indienen van de aanvraag de benodigde gegevens en documenten klaar te hebben.

  1. Kies het juiste pakket. Kies een pakket voor 1, 3 of 5 jaar. Bij een langer pakket vindt de jaarlijkse verlenging binnen de gekozen periode automatisch plaats.
  2. Voer de fondsgegevens in. Voer in het aanvraagformulier de officiële naam van het fonds, het registratienummer of een ander officieel identificatienummer in, indien van toepassing.
  3. Voeg de gegevens van de fondsbeheerder toe. Vermeld de naam en het registratienummer van de fondsbeheerder. Als het fonds zelfbeheerd is, geef dit dan aan in de aanvraag.
  4. Beschrijf de structuur van het fonds. Geef aan of het gaat om een zelfstandig fonds, een subfonds van een paraplufonds of een master-feederstructuur.
  5. Upload indien nodig documenten. Voeg de fondsvoorwaarden, het prospectus, de statuten of een ander document toe als dit nodig is voor de controle van de gegevens.
  6. Dien de aanvraag in en rond de betaling af. Na het indienen van de aanvraag worden de gegevens gecontroleerd. Als aanvullende informatie nodig is, neemt LEI Universal contact op.

Hoe lang duurt de afgifte van een LEI-nummer voor een fonds?

De behandeltijd van een fondsaanvraag hangt af van hoe eenvoudig de gegevens van het fonds te controleren zijn.

Als de gegevens van het fonds in een officieel register aanwezig zijn en de ingediende documenten voldoende zijn, kan de aanvraag sneller worden behandeld. Als een paraplufonds, subfonds, master-feederstructuur of buitenlandse documenten moeten worden gecontroleerd, kan de afgifte langer duren dan bij een gewone onderneming.

Het is daarom verstandig om het aanvragen van een LEI-nummer voor een fonds niet tot het laatste moment uit te stellen, zeker als het nummer nodig is voor een bank, broker of een rapportageverplichting.

Wat gebeurt er na de afgifte van het LEI-nummer?

Na afgifte wordt het LEI-nummer van het fonds opgenomen in de openbare GLEIF-database. Daar kunt u de naam van het fonds, de status van het LEI-nummer en andere openbare gegevens controleren.

Het LEI-nummer moet jaarlijks worden verlengd. Wordt het nummer niet verlengd, dan wordt de status ervan “verlopen” en kan dit transacties of rapportage belemmeren.

Bij een meerjarig pakket zorgt LEI Universal binnen de gekozen periode automatisch voor de jaarlijkse verlenging. Lees meer: LEI-nummer verlengen

Veelgestelde vragen

Heeft elk fonds een eigen LEI-nummer nodig?

Als het fonds bij een financiële transactie, rapportage of als uitgever afzonderlijk moet worden geïdentificeerd, heeft het fonds zijn eigen LEI-nummer nodig. Het LEI-nummer van de fondsbeheerder vervangt niet het eigen LEI-nummer van het fonds.

Heeft een subfonds een eigen LEI-nummer nodig?

Ja, als de transactie, rapportage of het financiële instrument betrekking heeft op een specifiek subfonds. In dat geval moet het subfonds worden geïdentificeerd, niet alleen het paraplufonds of de fondsbeheerder.

Moet een fonds een rechtspersoon zijn om een LEI-nummer te krijgen?

Niet altijd in de gewone vennootschapsrechtelijke betekenis. Een fonds kan ook een contractueel fonds of een andere juridische structuur zijn. Belangrijk is dat het fonds in het LEI-systeem afzonderlijk identificeerbaar is en dat de gegevens ervan te controleren zijn.

Wie kan voor een fonds een LEI-nummer aanvragen?

De aanvraag wordt meestal ingediend door de fondsbeheerder of een andere gemachtigde persoon. Als de aanvrager niet voldoende vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft, kan een machtiging nodig zijn.

Waarom kan een fondsaanvraag langer duren?

De structuur van een fonds kan complexer zijn dan die van een gewone onderneming. Mogelijk moeten de fondsvoorwaarden, het prospectus, de fondsbeheerder, de relatie tussen paraplufonds en subfonds of de master-feederstructuur worden gecontroleerd.

Kan er een LEI-nummer worden aangevraagd voor een pensioenfonds?

Ja, als het pensioenfonds bij een financiële transactie of rapportage afzonderlijk moet worden geïdentificeerd. Bij de aanvraag worden de gegevens van het pensioenfonds gecontroleerd via officiële registers en, indien nodig, via fondsdocumenten.

Terug naar boven